De Fuggerei in Augsburg

We bivakkeren op dit moment in de buurt van Augsburg. De naam Augsburg doet een heel klein gesjeesd historicus lampje branden bij mij; de vrede van Augsburg. Ik heb het toch maar even opgezocht. Die vrede was een vrede van helemaal niets. Meer een voorbode van heel veel ellende. In het begin van de zestiende eeuw rommelde het. De kerk was corrupt geworden. Volgens velen was de kerk ver afgedreven van wat het oorspronkelijk was. Hervormers lieten zich horen. Vooral in de noordelijke landen. De machtigste heerser van Europa, Karel V, bestreed de hervormers met hand en tand. De inquisitie en de brandstapel tierde welig… In Augsburg wilde men de geest weer in de fles stoppen. ‘Cuius regio, eius religio’ was de uitkomst: De bezitter van het land bepaalt welke godsdienst er heerst. Van dat vredesverdrag of congres in 1555 hebben we weinig terug kunnen vinden, gisteren in Augsburg. In de geschiedenis heeft het ook niet echt stand gehouden want de strubbelingen gingen gewoon door om uiteindelijk toe te groeien naar een afgrijselijk, van bloed doordrenkte climax; de dertig jarige oorlog in de Duitse streken en de tachtig jarige oorlog in de Nederlanden. Qua slachtoffers in de Duitse streken is men niet helemaal zeker; de verhalen verschillen van een kwart van de bevolking tot driekwart van de bevolking…

Daarom misschien dat de Fuggerei mij zo trof. Het is een toppunt van naastenliefde in bittere tijden. De Fuggerei is het eerste sociale woningproject ter wereld. De steenrijke koopman Jakob Fugger stichtte het project in 1521 voor mensen die tot armoede waren vervallen en moesten zien hoe ze het leven weer konden oppakken. Een klein dorpje met heuse toegangspoorten in het centrum van Augsburg. Hoewel je toegang moet betalen om het project te mogen bekijken, en het dus een aardig museumgevoel geeft, zijn de ruim honderdveertig woningen nog steeds, onder dezelfde condities als vijfhonderd jaar geleden, bewoond. Omgerekend betalen de bewoners nog geen euro per jaar. Het onderhoud wordt grotendeels betaald uit toegangsgelden en wat een verderop gelegen bos oplevert. Of dat genoeg is, heb ik niet terug kunnen vinden, helaas. Rondlopen in het dorpje in de stad voelt een beetje gek; zeker omdat alle huisjes nog steeds bewoond zijn. Een soort van apies kijken. Omdat we zelf ook in een monument wonen waar veel bezoekers aan voorbij trekken weten we hoe vervelend het voor de bewoners is als je naar binnen gluurt; de verleiding is best groot. Gelukkig hebben ze ook twee woningen die je bezichtigen kunt. Een is modern ingericht , zoals de woninkjes nu in gebruik zijn en een andere woning hebben ze ingericht zoals ze in 1900 ingericht waren. Het zijn allemaal betrekkelijk ruime tweekamer woningen. Om te zorgen dat men zijn waardigheid houdt, is in de architectuur alles vermeden wat zou kunnen lijken op een armenhuis. Zo heeft iedereen een eigen deur naar buiten.

Midden in het project wordt je herinnerd aan die andere ramp die Duitsland is overkomen. Vierhonderdvijftig jaar na de verwoestende godsdienstoorlogen; het Hitlerregime. Ook Augsburg heeft enkele wraakaanvallen gehad vanuit de lucht. Om te kunnen overleven bij een bombardement zijn in het centrum van de Fuggerei schuilkelders ingericht. In die schuilkelders is een tentoonstelling opgezet over bombardementen en de bevolking. In het najaar van 1944 zijn er twee aanvallen op de stad geweest. Ook de Fuggerei is geraakt. Niet ernstig, maar toch… De angst zal er niet minder om geweest zijn. Na de oorlog zijn de huizen die beschadigd raakten meteen weer hersteld.

De Fuggerei in Augsburg is echt een van de hoogtepunten van deze stad. (Ook de kathedraal, trouwens, met een serie indrukwekkende Maria-schilderijen van Hans Holbein de Oude)

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…

Ilja Leonard Pfeiffer – Grand-Hotel Europa; Rijk en geweldig!

Ik moet zeggen dat ik er een beetje tegenop zie om dit stukje over deze roman te schrijven. Het is een roman namelijk die heel lekker wegleest, maar ondertussen een zeer diepgaande beschouwing is over verleden en heden van Europa ten opzichte van de rest van de wereld en ook een blik werpt op de toekomst. Het is een diepgaande beschouwing over de mensheid en het exploreren van de aarde, waarvan massatoerisme een aspect is. Kortom, Grand-Hotel Europa is een zeer rijke omvangrijke roman en als recensent – en dat ben ik – wil ik geen steken laten vallen. Door zijn enorme ideeënrijkdom zou dit wel eens in onze literatuurgeschiedenis een heel belangrijke roman kunnen worden… Maar dat weet ik niet, want daarvoor zou ik vanuit de toekomst terug moeten kunnen kijken.

Ilja Leonard Pfeiffer is met naam en toenaam de verteller van de roman, de ik-figuur. Hij neemt zijn intrek in het Grand-Hotel Europa om verslag te doen van zijn liefdesrelatie met Clio. In zijn woonplaats Genua wil de verteller een lezing bezoeken, maar hij heeft zich vergist in de datum. Op de plek waar de lezing gehouden wordt, blijkt zich nog iemand vergist te hebben in de datum; de kunsthistorica Clio. Dat is het begin van een gepassioneerde liefdesverhouding tussen de temperamentvolle adellijke Italiaanse Clio en de meer beschouwende noordelijke classicus Pfeiffer. Twee mensen die beroepshalve naar het verleden kijken. Samen gaan ze in Venetië wonen; de stad die in Europa mogelijk het meeste last heeft van het massatoerisme. Maar aan de andere kant ook een van de mooiste steden van Europa.

Het hotel Grand-Europa is net overgenomen door de Chinees Wang. Het hotel is vergane glorie. Er zijn een aantal vaste bewoners die als het ware symbool zijn voor verschillende aspecten van de oude Europese cultuur. Zo is er de Franse dichteres Albane die zich voor alles iets te goed voelt. Er is de geleerde Patelski, een steenrijke Griek, de vluchteling Abdul en de Majordomus. Allen vertellen hun verhaal in de roman en belichten daarmee hun deel van de geschiedenis van Europa. Abdul komt uiteraard met het meest nieuwe deel van de geschiedenis, maar voor zijn vluchtverhaal gebruikt hij de Aeneas. Zo wordt zelfs zijn verhaal in de Europese geschiedenis ingebed. Nieuwe eigenaar Wang gaat het Grand-Hotel nieuw leven inblazen door het geschikt te maken voor de Chinese markt. Dat betekent dat hij het gaat aanpassen aan het idee van Chinezen hoe een Europees hotel eruit ziet. Symbolisch is het portret van Paganini aan de muur dat hij vervangt door een Engels jachttafereel op het platteland.

Clio voelt zich zwaar ondergewaardeerd als kunsthistorica. Ze werkt bij een veilinghuis en heeft een tijdelijke aanstelling aan de universiteit. Ze wil als conservator aan de slag bij een groot museum. Bovendien wil ze haar onderzoek naar Caravagio voortzetten. De schilder werd destijds ter dood veroordeeld, maar wist aan zijn straf te ontkomen door drie schilderijen te maken en aan de juiste persoon te schenken. Van twee van de schilderijen is bekend waar ze zijn, de derde is zoek. Dat schilderij stelt de berouwvolle Maria Magdalena voor maar in het gezicht van Maria zijn trekken van de schilder zelf te herkennen; met Maria Magdalena toont ook Caravagio berouw. Clio en de verteller gaan op verschillende plekken zoeken naar dit schilderij; naar het verloren gegane Europa?

De wereld is voor iedereen heel veel kleiner geworden en daarmee zijn de Europese kunstschatten ook bereikbaar geworden voor de ‘gewone’ man. Pfeiffer lijkt te willen afrekenen met deze in korte broek op teenslippers lopende toerist waarvoor hele binnensteden worden opgegeven. In Venetië bijvoorbeeld verdient men alleen nog maar aan het toerisme. De bevolking trekt weg, de toeristen komen en daarmee worden de steden (in dit geval dus Venetie) geconserveerd en vervolgens aangepast aan wat de toerist verwacht.

De roman biedt zo verschrikkelijk veel meer dan ik hier kan en wil vertellen dat ik slechts een advies kan geven: Lees zelf die roman. Het verhaal leest als een trein en is volgepakt met zaken waar je eindeloos over kunt nadenken. Met de liefde tussen de verteller Ilja Leonard Pfeiffer en Clio loopt het slecht af, dat weet je al aan het begin…of… lees het zelf maar.

Afgelopen weken was het vakantie… Ik was dus ook in Italië. Het was smoorheet en ik was dolgelukkig dat ik op teenslippers en sandalen en in mijn korte broek de fantastische Scrovegni kapel met die fantastische fresco’s van Giotto in het echt heb mogen bekijken en dat ik in de moordende hitte enigszins verkoeling kreeg in de kerken met prachtige mozaïeken in Ravenna. Ik was dus ook zo’n massa-toerist waar Pfeiffer zo op af geeft. Ik moet eerlijk zeggen, en dat zeg ik tegen de verteller van de roman persoonlijk, dat ik altijd medelijden heb met mannen die ondanks de hitte in volledig kostuum rondlopen. Wat mij betreft mag iedereen zich qua kleding helemaal aan de omstandigheden aanpassen. Ik vind het wat ver gaan om in je zwembroek de Scrovegni kapel in te gaan, maar ach…als het heel erg warm is…

Boerkaverbod

Ik kom zelden iemand tegen waarvan het gezicht schuil gaat achter een doek. Af en toe een vrouw. Ze draagt een bril. Ik kan me niet voor de geest halen of die bril achter of voor het doek zit, maar ik weet zeker dat ze een bril draagt. Ook zag ik wel eens een man en een vrouw in de supermarkt waarvan de vrouw zich volledig bedekte. Als ik alleen op het uiterlijk van de man af zou gaan – de vrouw kon ik dus niet zien – dan zou ik zeggen: White Trash. Losers. Maar eng vind ik het wel. Bijna agressief. Beetje bedreigend. Ik wil weten wat ik te verwachten heb van iemand. Zelfs als dat helemaal niets is. Als iemand helemaal afgedekt is, kan ik dat niet zien en is alles mogelijk. Ik ben blij met het boerkaverbod.

Aan de andere kant zijn er in Nederland geen vrouwen die gedwongen een boerka dragen volgens hoogleraar cross-cultureel recht Tom Zwart vandaag in de Volkskrant. Hij heeft dat kennelijk onderzocht. En als vrouwen er bewust voor kiezen om een bepaald kledingstuk te dragen vanwege hun interpretatie van de gedragsregels van de godsdienst die zij belijden, wie zijn wij dan om dat te verbieden? Als het iemands goed recht is om naakt de bevrijding van religie te vieren, waarom hebben we er dan moeite mee als iemand zich vrijwillig totaal bedekt onderwerpt aan haar religie?

In dezelfde Volkskrant van vandaag het verhaal over Atjeh waar fanatieke moslims het leven zijn gaan beheersen en waar iedereen inmiddels, al dan niet gedwongen, zich dient te onderwerpen aan een islam die geen enkele individuele vrijheid toestaat. Alhoewel onze cultuur maar heel relatief is en een mix van allerhande invloeden, zou je je, met de hoeveelheid mensen die zichzelf moslim noemen, af kunnen vragen in hoeverre we een soort Atjeh in het vooruitzicht hebben als we niet ook af en toe ingrijpen. Onze cultuur op dit moment wordt gekenmerkt als een open cultuur die uitgaat van persoonlijke vrijheid en ontplooiingskansen. In de film ‘Een goede moslima’ zet Frans Bromet zijn hoofdpersoon tegenover een betrekkelijk extremistische moslima. De hoofdpersoon wordt de oren gewassen door de fanatiekeling over de zondes die ze pleegt als ze zich gedraagt zoals ze doet. Wat ik op het gezicht van de hoofdpersoon las was schuld en wroeging; ze gaf de extremiste gelijk. Ik vind het niet zo gek dat Nederland deze beperkende religie een halt toeroept. Het boerkaverbod is een mooie eerste stap. We willen niet langzaam zonder protest naar een Atjeh of Saoedi-Arabië afglijden.

Het dragen van een hoofddoek en van een boerka hoort bij een samenleving waar vrouwen geen rechten hebben en volledig onderworpen zijn aan mannen. Het hoort bij samenlevingen waar vrouwen zichtbaar mogen zijn als schim. Bij samenlevingen waar vrouwen niet zelfstandig kunnen functioneren. Ik wil niet in zo’n samenleving wonen. Ik woon ook niet in zo’n samenleving. Vrouwen die hier in een boerka rondlopen hebben de verkeerde samenleving gekozen; het past hier niet. We vinden het hier eng. Daarom ben ik erg blij met het boerkaverbod.

Hitte

Sinds ik onbewust een dikke jas aangetrokken heb, zo rond mijn veertigste, heb ik het moeilijk met mijn interne temperatuur. Die dikke jas kan ik helaas nooit uitdoen en is een deel van mij. Tot mijn vijfendertigste was ik een dunnertje. Af en toe loop ik tegen foto’s aan van mij met een van mijn kleine jongetjes op mijn arm. Dan zie ik de persoon die ik toen aan de buitenkant was en die qua vorm verdomd veel lijkt op een van mijn volwassen zonen van nu. Hoewel ik van binnen dezelfde ben gebleven en ik het gevoel van een klein zoontje op mijn arm nog best wel kan oproepen, ben ik aan de buitenkant gewoon niet meer wie ik was, destijds. Ik rolde in die dagen met veel plezier sjekkies en rookte ze met veel smaak op. Zelfs als er kleine jongetjes bij waren. Ik zag zelf ook wel in dat dat niet echt gezond was. Voor niemand niet in ons huis. Bovendien kreeg ik er een akelig hoestje van en omdat ik ervan overtuigd was dat niemand wilde vrijen met een oudere roggelend hoestende kerel, stopte ik met sjekkies rollen en roken. Als ik het me goed herinner werd ik op de dag dat ik het roken eraan gaf, meteen tien kilo zwaarder. Die gewichtstoename zette zich voort terwijl ik, volgens mij, niet speciaal slecht of heel veel meer at dan gewoon. Ik creëerde een solide isolerende vetlaag die er met geen dieet meer vanaf te krijgen is.

In de zomer breekt die vetlaag mij wel vaak op. Het lukt me niet om af te koelen en ik zweet me een ongeluk. Op vakantie hier in het zuidelijke Ravenna heb ik er extra veel last van. Vooral ’s avonds. Alles zindert boven de dertig graden. Mijn lijf werkt als het nooit gewerkt heeft om de temperatuur op peil te houden. Maar de temperatuur wil maar niet zakken. Het laken waarop ik lig in de tent is me eigenlijk al teveel. Ik wil weg. Weg naar koelere oorden. Ik denk dat het vandaag ons laatste dagje Ravenna wordt en dat we morgen koers naar het noorden zetten.

Maar vandaag nog even genieten van al het moois dat Italië, en dan vooral Ravenna te bieden heeft. Hebben we met Giotta in Padua de start van de (heel erg vroege) renaissance mogen zien, in Ravenna zien we de geboorte van de middeleeuwen. Eigenlijk zien we hier het uitdoven van het grote romeinse rijk. De laatste stuiptrekkingen, om het zo maar uit te drukken. Nee, geen stuiptrekkingen…daarvoor zijn de half tempels, half kerken met hun prachtige mozaïeken te mooi. Toch uitdoven…want die mozaïeken hebben in de beeldende kunst niet echt navolging gehad in West-Europa. Moeilijk. Laat ik ze bekijken zoals ze zijn; wonderschoon wat betreft de kleuren en fantastisch naïef als plaatje. Gisteren hebben we de basiliek die geweid is aan St. Apollinare in Classe bezocht. Vandaag gaan we naar het centrum van Ravenna.

Nu, op dit moment – om kwart over acht in de ochtend – is het nog heel goed uit te houden. Maar als ik naar de lucht kijk en de strakblauwe hemel zie, dan weet ik dat het weer puffen, hijgen en zweten wordt…helaas. Morgen weer naar het noorden waar de hitte al lang verdreven is!

Giotto in het echt

Hoewel ik diep doorgedrongen ben in de roman Grand-hotel Europa van Ilja Leonard Pfeiffer die over, onder anderen, de schade aangericht door massa-toerisme in Europa gaat, maar dan vooral in Italië, loop ik op dit moment rond, als toerist in Italie. Hoewel wij betrekkelijk dichtbij Venetië bivakkeerden op onze eerste stop, hebben we deze stad overgeslagen. De hitte en de drukte hielden ons tegen. We hadden een appartement in Vicenza. Vandaar is een prima treinverbinding naar Venetië. Maar nee, we deden het niet. We zaten wel in die trein, maar stapten eerder uit, in Padova. Ik weet gewoon niet goed of ik niet gewoon Padua moet schrijven, want de naam Padua is vervuld van romantiek dat Padova niet heeft. In Padua staat de Scrovegni kapel en die kapel is van boven tot onder volgeschilderd met fresco’s door Giotto. Dat heeft de goede man rond het jaar 1300 gedaan en, zo las ik bij Pfeiffer, met het beschilderen van deze kapel, laten kunsthistorici de renaissance beginnen. De schilderkunst van Giotto is dermate vernieuwend en briljant dat men daarmee een nieuw tijdperk laat starten.

Ergens in zijn roman schrijft Pfeiffer dat het niet veel zin heeft om zo’n artistiek hoogtepunt met eigen ogen te zien, want koop je een boek over dat werk of ga je op internet zoeken, dan krijg je het betreffende kunstwerk veel beter te zien. Foto’s zijn op de goede hoogte gemaakt en je hoeft je niet in allerlei bochten te wringen om alleen maar een glimp van het kunstwerk, over of langs andere toeristen, op te vangen. Ik had me voor mijn doen best goed voorbereid op de Scrovegni kapel. Internet en YouTube adept die ik ben, had ik naar filmpjes gekeken van de Khan academy waar de kunsthistorici Beth Harris en Steven Zucker in vier afleveringen de kapel bespreken. Ze bespreken in de filmpjes de historische achtergrond en de kunsthistorische waarde en ook wat je te zien krijgt; wat en waarom Giotto geschilderd heeft wat hij schilderde. Met mijn ervaring bij het bekijken van kerken, had ik daar inmiddels geen hulp meer bij nodig want op een enkele uitzondering na, kon ik elke afbeelding wel thuisbrengen.

Enkele dagen geleden dus de apotheose. Via internet had ik kaartjes gekocht om de kapel in te mogen. We stapten vanuit de trein in het bloedhete Padua. In Nederland werden toen heuse temperatuur records gebroken, maar Padua was ook niet mild. De Scrovegni kapel lag gelukkig betrekkelijk dicht bij het station. Wat me als eerste opviel in deze tijd van massatoerisme, was de leegte. Ik had rijen en rijen toeristen verwacht. Maar niets van dat alles. Toen ik mijn internet ticket omruilde voor het ‘echte’ museumkaartje, was ik meteen aan de beurt. Het systeem van tijdvakken en een beperkt aantal bezoekers per tijdvak werkte echt fantastisch.

En toen in de kapel zelf…Wauw…ik werd overdonderd. Wat een schoonheid! Wat fantastisch om dit werk van dichtbij te mogen bekijken. Elk ‘plaatje’ kende ik, maar om dat ‘plaatje’ in het echt te zien was een belevenis op zich. Ik had het voor geen goud willen missen!

En nu zijn we in Ravenna…Ik weet al waar we zo ongeveer naartoe gaan… Eigenlijk is Italië in z’n geheel een kunsthistorisch hoogtepunt. Jammer dat het er steeds zo verschrikkelijk heet is…Zelfs hier aan de kust.

Het licht: Rypke Zeilmakers.

Zoonlief R. discussieert graag met zijn pa. Bij voorkeur is hij het niet eens met hem. Vooral als het over politiek gaat. Nou ben ik natuurlijk nog hartstikke van de oude stempel. Ik hing nog sjekkies rollend rond tussen de communistische hippies die het liefst iedereen arm wilde maken en die het kapitalisme omver wilden werpen. Zo eentje die love en peace riep en iedereen verbood om in een auto te rijden. Zo eentje was ik, denkt zoonlief R. En…natuurlijk lid van die achterhaalde en verschrikkelijke PvdA. R. vindt dat er een frisse rechtse wind waait en met veel graagte waait hij met dat windje mee. Zelfs die rechtse clubjes kunnen niet ontkennen dat de aarde aan het opwarmen is. Maar terwijl de hele wetenschappelijke wereld het wel eens is dat hier de invloed van de mens zich doet gelden, is er een klein rechts groepje – waaronder dus zoon R. – die dapper blijft ontkennen dat het de mens is die de boel doet opwarmen. Het zijn natuurlijke fluctuaties. Niets aan de hand dus…

De mannen hebben ook een eigen website gemaakt www.climategate.nl. Daar schrijven ze alsof ze van de naad en de kous weten. Maar een snelle blik op het rijtje rechtse rakkers dat de website volschrijft leert, dat velen echt wel geleerd zijn, maar doorgaans in het verkeerde vak. Of soms zijn ze in het geheel niet geleerd en beschuldigen ze lukraak de wetenschap – de elite, dus – dat ze er alleen maar op uit zijn om de gewone man de prijs te laten betalen terwijl ze er zelf van profiteren…

Een van de fraaiste climategaters is Rypke Zeilmakers. Who the fuck is Rypke Zeilmakers? Op de site stelt hij zichzelf in de 3e persoon enkelvoud voor: Rypke Zeilmaker is schrijver en onderzoeker over natuur & wetenschap, en fotograaf van Interessante Tijden, HET web-magazine over Ecologie voor de 21ste Eeuw. Hij voelt zich verwant aan het Ecomodernisme met 6 vooruitstrevende Nederlandse en Vlaamse onderzoekers en wetenschapsjournalisten op Ecomodernisme.nl. Hij daagt u in woord en beeld uit op een andere manier te kijken naar het leven op onze planeet dan u mogelijk gewend bent. Als exponent van nieuwe wetenschapsjournalistiek is zijn werkveld verruimd van traditionele media naar onderzoekswerk bij ecologische vraagstukken voor organisaties en ecologisch advies aan natuurgebruikers bij procedures

Lijkt allemaal heel fraai en betrouwbaar (hoewel…wat schrijft hij eigenlijk? vooral in die laatste zin…), maar eigenlijk staat hier natuurlijk helemaal niets. Rypke Zeilmakers is deskundig in helemaal niks. Mensen die zich wel op wetenschappelijk niveau ergens in verdiept hebben en met verstand van zaken over de onderwerpen spreken die ze onderzocht hebben, daar moet onze Rypke helemaal niets van hebben: Maar ja, wat zou je met al die academici moeten? Ze een basis-inkomen van 1500 euro geven, dat ze op de bank hangend wat Netflix kunnen kijken? Geef die klimaatonderzoekers allemaal hun eigen Netflixkanaal. Of stel ze te werk in de mijnen, laat ze papier prikken, of zo’n andere Melkertbaan vervullen. Straatcoach? Dat zou ook een mooie klus zijn voor al die overbodige klimaatonderzoekers.

Jazeker met onze Rypke gaan we de oorlog winnen! En dan dat eeuwige gezeur over de brave burger die de rekening gepresenteerd krijgt. Sjonge wat een kwezel en wat een nietsnut. Het is zo overduidelijk dat we niet door kunnen gaan met het opstoken van fossiele brandstoffen. Er hoeft maar een schip in de straat van Hormouz scheef te gaan liggen en de wereldeconomie wankelt. Uit Groningen kunnen we geen aardgas meer halen en uit Rusland willen we het niet.

Maar goed, ik ben net zo goed niet deskundig en kan alleen maar vertrouwen hebben in de serieuze wetenschap. Over de klimaatverandering bestaat in hoge mate consensus. Zelfs op climategat.nl wordt dat niet ontkend hoewel men daar de cijfers weer heel erg apart interpreteert. Nee zoon R. kom bij mij niet aan met www.climategate.nl…

Mensen zoals jij en ik…

In mei 2014 stapten wij in Teheran uit het vliegtuig zomaar in een van onze spannendste avonturen ooit; Teheran ligt in Iran en Iran is de VIJAND. Frits waagt zich in een vijandelijk land. Zouden we überhaupt dat land wel inkomen? Na een uur hadden we een visum. Later hoorden we dat een uurtje wachten in Iran in het niets valt bij het wachten op het vliegveld in Amerika om aldaar het land in te komen. Dat je daar als vee voortgedreven wordt en afgesnauwd als je iets verkeerd doet. Wat dat betreft geen onvertogen woord in Iran. Zelfs toen we een onbedoelde poging deden om het land niet via de douane maar anderszins binnen te dringen, werden we door een gehoofddoekt lid van de Iraanse marechaussee vriendelijk doch dringend teruggeleid naar het juiste pad via de douane. No problem at all.

Die milde vriendelijkheid waarmee we op het vliegveld bejegend werden, ontvingen wij eigenlijk overal. We waren natuurlijk behoorlijk onzeker over wat wel en niet mocht en de akelige verhalen waren ons vooruit gesneld. We wilden best graag voorkomen dat we zomaar in een Iraanse cel zouden wegrotten beschuldigd van iets waarvan we niet eens wisten dat het verboden was. Dus vroegen we in het hotel bij alles hulp. We wilden vooral een aanvaring met de zedenpolitie voorkomen en daarom lieten we onze kleren door de receptioniste van het hotel goedkeuren alvorens de straat op te gaan. Haar enige commentaar ooit was dat we wat minder kleren aan moesten trekken omdat het best warm was. Maar ondanks dat we er helemaal niet als toeristen wilden uitzien, waren we kennelijk van verre te herkennen want overal op straat werd aan ons gevraagd waar we vandaan kwamen en dat we welkom waren in Teheran. Zoveel vriendelijkheid in een vijandelijk land! Terwijl de atoomdeal nog lang niet was gesloten en de wereld nauwlettend en argwanend toekeek. Ik besefte toen heel goed dat vijandelijk land op politiek slaat en onmin tussen overheden en dat het niets te maken heeft met menselijke verhoudingen terwijl het wel enorm veel invloed heeft op mensen; door de economische boycot die het westen Iran had opgelegd, waren de mensen veel armer dan ze hadden hoeven zijn zonder die boycot. De boycot was opgelegd omdat overheden dat op geopolitieke gronden zo beslisten.

Na ons bezoek aan dat land met de vriendelijke mensen, waren wij echt blij voor hen dat de Iraanse overheid zich met de westerse wereld leek te verzoenen en er een atoomdeal werd gesloten. Wij verwachtte dat al die mensen die we daar in dat verre Teheran hadden ontmoet het stukken beter gingen krijgen… En het leek ook allemaal op zijn pootjes terecht te gaan komen. Iran hield zich volgens de internationale en onafhankelijke controleorganen goed aan de afspraken. Een einde aan de economische boycot werd niet gerealiseerd, maar leek toch wel in het verschiet te liggen. Kortom, wij waren best positief gestemd over de toekomst van Iran in de wereld.

Maar toen kwam Trump. Trump is een lompe olifant met een lange snuit en die blies eenzijdig het mooie Iraanse verhaaltje uit. En nu volgt het ene incident op het andere. Iran moet steeds met gelijke munt terugbetalen…helaas. Vervolgens krijgt de wereld te horen dat de reactie de agressieve daad was; Engeland kaapt een boot van Iran, vervolgens doet Iran datzelfde met een Engelse boot en wordt dan toch gezien als de agressor…

Ik moet denken aan Reza en Nahme die ik in Teheran heb leren kennen en die helemaal niet zitten te wachten op dit gedoe… Mensen zoals jij en ik die alleen maar het beste willen voor hun kinderen…en de wereld…

Waarom ik niet en zij wel?

Als computerprogrammeur moet ik vaak problemen in programma’s oplossen. Dat is soms best complexe materie. Ik moet dan stap voor stap door de logische stappen van het computerprogramma die een ander heeft genomen om een bepaald doel te bereiken. Die logische stappen van die andere programmeur zijn vaak niet míjn logische stappen. Toch wil ik die stappen van die ander niet meteen als fout zien want juist in logica moet je keuzes maken en worden die keuzes gemaakt om iets te bewerkstelligen waar ik, wellicht op dat moment niet aan denk. Om mijn werk goed te doen, moet ik me inleven in de logische keuzes van een ander en niet te snelle conclusies trekken. In de loop van de jaren heb ik dat tijdens mijn carrière moeten ontwikkelen en, al zeg ik het zelf, ik ben er best goed in geworden.

Deze vaardigheden komen mij vaak van pas in de wereld buiten de computer want niet alleen in computerprogramma’s wordt geredeneerd met logische stapjes, eigenlijk overal, maar ietsje minder extreem. Daarom heb ik heel veel moeite gedaan om een ingezonden brief te lezen en te begrijpen, maar helaas, zelfs met mijn best goed ontwikkelde vaardigheden is mij dit niet gelukt. Het gaat hier over een brief van Michiel Brandjes uit Wassenaar in de Volkskrant van 16 juli. Gisteren, dus. Het gaat over topinkomens van de bovenbazen van beursgenoteerde bedrijven en over de onrechtvaardigheid dat we iemand wel het winnen van de loterij gunnen maar niet het topsalaris omdat hij bovenbaas is.  ‘De helft van het door de buitenlandse aandeelhouders betaalde topinkomen vloeit naar de Nederlandse samenleving via de inkomstenbelasting…’ Stelt de briefschrijver. Om het concreet te maken: Het salaris van mijn Nationale Nederlanden bovenbaas wordt betaald door aandeelhouders.

Ik ga het proberen: Een aandeel is een stukje van het eigenaarschap van een bedrijf. Je koopt doorgaans zo’n stukje om het later, als het even meezit, duurder te kunnen verkopen. Zo’n aandeel wordt meer waard op grond van heel veel factoren maar voornamelijk gebakken lucht. Eens per jaar mag je op een aandeelhoudersvergadering een pakket maatregelen goed- of afkeuren. Onder anderen het nieuwe salaris van de bovenbazen. Je zou dus kunnen zeggen dat de aandeelhouders als collectief eigenaar van een bedrijf de bovenbazen een salaris geven. Maar dat betalen ze dan toch nog niet? Nee, volgende logische stapje: Als een bedrijf wil uitbreiden of uit de rotzooi komen, worden er nieuwe aandelen uitgegeven (vinden aandeelhouders niks niet leuk want daardoor dalen hun al eerder gekochte aandelen in waarde) en stroomt er geld het bedrijf in. Van dat nieuwe geld van nieuwe aandeelhouders zou het bedrijf het salaris kunnen betalen van de bovenbazen (en andere werknemers) en als die nieuwe aandeelhouders allemaal in het buitenland wonen dan vloeit er inderdaad geld via de inkomstenbelasting van (de werknemers van het bedrijf inclusief) de bazen, in de Nederlandse staatskas.

Ik kan de redenering kloppend maken, maar helaas zitten er wel heel veel gekke zijsprongetjes in. Laten we het erop houden dat het salaris van mijn bovenbaas uit dezelfde pot wordt betaald als mijn salaris; de premies van verzekerden. Aandeelhouders mogen alleen maar ja-knikken of nee-schudden over de plannen voor het komend jaar. Het enige dat buitenlandse aandeelhouders bijdragen aan de inkomsten van de Nederlandse staat is…de dividendbelasting en gelukkig is die niet afgeschaft!

Over het gunnen van het winnen van de loterij: Ik zal wel moeten! Zo’n mazzelaar! Sorry, maar van harte gaat dat niet…waarom hij wel…en ik niet? Ben ik soms minder?

Le jeune Ahmed – Ga snel naar de bioscoop!

De kracht van de films van de broers Dardenne ‘Le jeune Ahmed’ is, dat je het gevoel hebt dat je naar een documentaire zit te kijken en dat de personages die je ziet rondlopen en die je hoort spreken ‘echt’ zijn; dat ze de persoon zijn die je ziet. Maar dat is natuurlijk niet zo; het zijn acteurs en actrices; ze hebben hun eigen leven en daarin hebben ze hele andere ideeën dan ze hier laten zien. Het is en lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar in de films van de broers Dardenne is dat helemaal niet zo duidelijk. Wat je ziet is allemaal zo levensecht gefilmd en zo naturel gespeeld dat de emoties die de personages oproepen heel natuurlijk zijn en daardoor heel heftig.

Le jeune Ahmed gaat over een puberjongen op zoek naar zijn identiteit en naar de richting van het leven die hij wil inslaan. Hoe moet je je als moslim gedragen in een land waar de islam zeker niet de grootste godsdienst is en waar tolerantie ten opzichte van andersdenkenden hoog in het vaandel staat? De islam staat niet tolerant tegenover andersdenkenden. Geen enkele godsdienst, trouwens. Hoe moet je je gedragen als een extremistische opvatting van jouw godsdienst zich aan je opdringt en je min of meer opdraagt om andere opvattingen binnen diezelfde godsdienst met hand en tand te bestrijden? Ahmed is in het filmverhaal onder invloed gekomen van de extreem religieuze ideeën van de plaatselijke kruidenier annex imam. In die vrome, ietwat wereldvreemde leer, past dat Ahmed religieuze rituelen zo stipt mogelijk uitvoert. Haast mechanisch volgen de religieuze handelingen zich op. In het – gebroken – gezin – hoewel dat niet echt helemaal duidelijk wordt -, is hij de enige die zich met religie bezighoudt. Moeder is ongelukkig en drinkt teveel; zijn zussen nemen hun vrijheid en feesten erop los. Ahmed krijgt bijles van Ines. Een vrouw met een heel groot hart. Naast dat ze een huiswerkklas heeft, geeft ze ook les in Arabisch aan islamitische kinderen. Ze heeft daar een speciale pedagogiek voor ontwikkeld; Arabisch leren aan de kinderen met behulp van liedjes.

Niet iedereen in de moslimgemeenschap is volledig gecharmeerd van deze lesmethode. Arabisch is toch de taal van de heilige koran? Is het niet beter om ‘gewoon’ de koranverzen uit je hoofd te leren dan zomaar liedjes leren? De ouders voeren hier een discussie over en twijfelen. Ahmed bespreekt deze kwestie met zijn imam. Die twijfelt geen moment: Ines is een afvallige en een ketter. Ahmed interpreteert deze notie zo dat hij vindt dat Ines dood moet. Hij neemt een mes en probeert haar te vermoorden. Gelukkig loopt het uit op een mislukking; Ines overleeft de aanslag en Ahmed komt in de jeugdgevangenis. Ziet Ahmed het hopeloze van zijn missie? Kan hij nog terug? Zal het hem lukken om de schoonheid van ons tolerante systeem met godsdienstvrijheid en verschillende opvattingen te zien en te omarmen? De broers Dardenne spenderen er een prachtige film aan.

Als toeschouwer onderga je alles en kan je op geen enkele manier invloed uitoefenen op de uitkomst. Dat hoort zo bij toneel of film. Omdat het hier zo verschrikkelijk realistisch is en zo dicht op de huid van Ahmed wordt gefilmd, krijg je last van die machteloosheid. Waarom niet dit…en waarom niet dat… Je wordt er dus helemaal gek van. Daarom is Le jeune Ahmed zo’n verschrikkelijk goede film. Je gevoelens lijken al snel weer de gevoelens van ouders met puberende kinderen.

Ik zou zeggen: Niet twijfelen en snel naar de bioscoop! Wat een film!

Blog van Frits de Klerk